16018520045_ad250d8e19_k

Doggystyle

Annette is een Nederlandse makelaar en een vrolijke verschijning in haar bloemenjurkje. De liefde heeft haar 5 jaar geleden naar Spanje gebracht. De liefde is inmiddels bekoeld, maar teruggaan naar Nederland heeft ze nooit overwogen.
,,Kijk om je heen! Waarom zou ik weer op een flatje in regenachtig Nederland gaan wonen?”
Tja, ik kan haar geen ongelijk geven.

Sinds haar relatie uit is, is ze makelaar geworden. Dat doet tenslotte iedere Noord-Europeaan hier die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Zelf heeft ze nog nooit een huis gekocht in haar leven. Haar adviezen neem ik dan ook niet al te serieus. Een makelaar die nog nooit een huis heeft gekocht is wat mij betreft als een slager die vegetarisch is.
Hoe kun je je klanten dan adviseren hoe ze het beste een pepersteak bereiden?

Als eerste gaan we een huis bekijken waar ook veel gastenruimte bij zit. Ik kijk erg uit naar dit huis. Volgens de brochure is het groot, heeft het een prachtige met bougainville begroeide veranda, een zwembad en een ruime praktische tuin. En dan is het ook nog redelijk geprijsd. Dit keer vindt niet alleen de makelaar dat, maar zelfs wij.

De entree van het huis is enigszins teleurstellend. Het is donker en het ruikt muf. Al snel blijkt dat alles in het huis eigenlijk te vies is om aan te raken. Wanneer je een huis van een Spaanse familie bekijkt, is alles tot in de puntjes gepoetst en ruikt het nog net niet naar chloor. Deze Engelse familie heeft dat voor het gemak maar overgeslagen. Het lijkt erop dat alleen de 5 keffertjes die blaffend rondrennen af en toe iets van de vloer likken en met hun vacht de vloer moppen.

De vrouw des huizes toont ons het huis en praat honderduit. Maar ik heb werkelijk waar geen idee wat ze zegt. Het klinkt als het Engels dat je vaak hoort in het tv-programma Zon, Zee, Zuipen, Ziekenhuis, alleen mis ik nu de ondertiteling.

In een van de slaapkamers zit oma in een hoek op haar omastoel te rochelen met een hondje aan haar voeten. Ik besluit haar geen hand te geven, maar vriendelijk te zwaaien.
Het huis is eigenlijk van oma. Zij en haar man hebben dit 20 jaar geleden laten bouwen. Opa is inmiddels dood, oma krakkemikkig en nu wil de familie het verkopen. Sinds de dood van opa is er ook duidelijk niets meer aan het huis gebeurd. Scheuren, kieren, gammele deuren, afbladderende verf. Allemaal simpel op te lossen, maar je moet het wel even doen.

Tot slot toont de vrouw des huizes de tuin. De veranda is inderdaad prachtig begroeid met knalroze bougainville, maar dat is dan ook het enige pluspunt. We moeten tussen de hondendrollen slalommen om het zwembad te bereiken dat hopelijk al een tijdje niet meer is gebruikt. Het ligt er vervuild en armzalig bij. Annette wijst naar het achterste deel van de tuin en zegt dat daar een prachtig terras en yoga-platform kan worden gemaakt. We slalommen verder de tuin in om dit beter te kunnen bekijken.
,,Kijk dit dan!” roept Mi Amor.
En jahoor, verstopt achter wat bosjes kijk je zo de tuin van de buren in. En wat voor buren! Het blijkt een geitenboerderij. Nu vind ik geitjes hartstikke gezellig en ben ik dol op geitenkaas, maar stinken dat die beesten kunnen…

Volgens mij zijn we wel weer klaar voor vandaag.
Als je van stront houdt, is dit the place to be.
Wij slaan even over.
Volgende huis alstublieft!

Lees meer

ryanair2

Het nadeel van budget airlines

Eindelijk een huis waarvan mijn hart sneller gaat kloppen! En zo te zien dat van Mi Amor ook. De verkopers hebben het zelf laten bouwen en overal is over nagedacht. Dit is zoals je wilt dat je huis is. Ruim, praktisch, bovenop een berg, prachtig uitzicht, dicht bij een leuk stadje, gezellige patio, goed bereikbaar, groot zwembad, aparte gastenkamers, grote buitenkeuken met leuke Hawai-style zitjes, garage… En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik moet me inhouden om niet door het huis te huppelen, dat zal vast de onderhandeling niet ten goede komen.
Vanaf het terras sta ik verliefd naar het huis en het zwembad te kijken. Jahoor, hier zie ik ons wel wonen.
Rebby, de makelaar, gebaart ons naar het Hawai-zitje te komen. Ze wil graag weten wat we van het huis vinden, komt dit in de buurt van hetgeen we zoeken? Ik besluit mijn mond te houden, laat Mi Amor het woord maar doen. Hij geeft aan dat dit huis inderdaad in de buurt komt van wat we zoeken. Rebby is duidelijk blij om dat te horen. Ze vertelt dat het huis al een aantal jaar te koop staat en dat de verkopers niet meer in goede gezondheid zijn en daarom haast hebben met de verkoop.
Dat klinkt goed, dan kan er altijd nog wat van de prijs af, denk ik verheugd.

Maar wat is dat nou?

Rebby gaat steeds harder praten om verstaanbaar te blijven.
En dat is wel nodig ook, want ik versta haar nog maar net. Terwijl ze haar stem al 30 decibel omhoog heeft gepitched.
Ik kijk omhoog, een vliegtuig van Easyjet vliegt recht over ons heen, op weg naar Malaga. Het scheelt niet veel of ik kan de gezichten van de passagiers onderscheiden, zo laag vliegt het vliegtuig.
Zodra het voorbij is, praat Rebby weer normaal.
Maar drie minuten later zit ze weer schreeuwend op het terras, terwijl er ditmaal een Ryanair-toestel over vliegt. Dit spelletje herhaalt zich nog een paar keer, net zo lang totdat we alle budget-airlines een keer voorbij hebben zien komen.
Mijn liefde voor dit huis begint enigszins te bekoelen.
Ik zie mezelf hier al yogales geven in de tuin.

Adem diep in. Heel goed, snuif die kerosinedampen goed op.
EN ADEM DAN LANGZAAM UIT!!!
NAMASTE…

Volgens Rebby hangt het van de windrichting af of je veel last hebt van de vliegtuigen. Een soort Russische roulette met herrie dus.

We vertellen Rebby dat we er nog even over na denken en lopen daarna naar de auto.

,,Zeg schat, heb jij ooit overwogen om in Nederland in Zwanenburg te gaan wonen?” vraagt Mi Amor.
,,Nou nee! Ik ga toch niet vrijwillig onder een start- en landingsbaan wonen!”
,,Ok, dank je, streep dit huis dan ook maar van je verlanglijst af…”

Allright, back to the drawing board…

Lees meer

IMG_3534

Wel eens een huis met een half zwembad gezien?

We ontmoeten Glenn weer, ditmaal op een winderige parkeerplaats. Hij staat ons al op te wachten, samen met een grote geblondeerde Engelse mevrouw.
,,I also brought our lawyer,” zegt Glenn terwijl hij ons voorstelt aan Hilly. Hilly doet haar naam eer aan, zullen we maar zeggen.
,,Oh gosh, is the house that bad!” reageert Mi Amor.

Dat schijnt niet het geval te zijn, maar Hilly kent de eigenaren en weet waar het huis is. Glenn is er zelf nog nooit geweest. Het is guur weer vandaag, donkere wolken pakken samen boven de bergen achter ons en het gaat steeds harder waaien. We stappen gauw in de auto en rijden achter Hilly en Glenn aan. Zij in een grote SUV, wij in ons kleine huurautootje. Hilly blijkt ook te moeten zoeken naar het huis. Later vertelt ze dat het zeker twee jaar geleden is dat ze er voor het laatst is geweest.
Huh, zijn er uberhaupt wel eens potentiele kopers naar dit huis wezen kijken?

Op een zeker moment slaat Hilly linksaf. Voor mijn gevoel rijdt ze zo een afgrond in. Niets blijkt minder waar, het is een track. Als je het niet weet, rijd je er zo voorbij. De SUV rijdt geruisloos en soepel over de track. Wij schudden alle kanten op terwijl Mi Amor de diepste kuilen ontwijkt. Het begint nu ook te donderen in de verte en dat maakt de tocht naar dit huis extra spannend. Ik ben blij als we er zijn.

Hilly springt uit de auto en rent zo snel als ze kan naar de voordeur. Glenn sprint er achteraan. In rap tempo openen ze alle rolluiken en ramen. Het huis blijkt al jaren niet bewoond te zijn en zo proberen ze nog iets van de weee bedompte lucht weg te toveren.
Voor een huis waar al jaren niet naar om is gekeken staat het er verbazingwekkend goed bij. Op de prullaria en foto’s van ooit geliefde honden ligt een dikke laag stof en rondom de open haard lijkt het een slagveld van dode pissebedden en rare opgerolde wurmen. Bij het huis hoort ook een groot terras. En dat is ook wel nodig, want de rest van de tuin is een jungle waar het onkruid tot heuphoogte staat en waar je dagen indiaantje kunt spelen.

,,Wel eens een half zwembad gezien?” vraagt Mi Amor.
Ik probeer me een voorstelling te maken bij een half zwembad, maar het lukt me niet.
,,Is het een kinderbad van een halve meter hoog?”
,,Nope, een soort natural infinity pool, kijk zelf maar.”
Aha. Vooral natural begrijp ik, het ‘zwembad’ vormt duidelijk een organische eenheid met de omliggende onkruidjungle. Infinity snap ik ook. Het ‘zwembad’ lijkt inderdaad geen einde te hebben. Alleen pool zie ik niet. Ik zie een betonplaat met twee muren en een zwembadtrap. Duidelijk een gevalletje ‘Net niet = helemaal niet’.
,,Work in progress,” voegt Glenn toe.

Er blijkt ook nog een appartement bij het huis te horen. Alleen heeft niemand daar de sleutel van. Hilly belt de Engelse eigenaren, maar heeft geen bereik. Met de telefoon boven haar hoofd zwaaiend, beent ze over het terras. Maar nee, nog steeds geen bereik. Ondertussen trekt Glenn alle kasten en laden in het huis open op zoek naar de sleutel, maar ook hij heeft geen succes.

Hilly zegt iets, maar ik versta haar niet. Ze spreekt met zo’n dik accent dat ik me plots afvraag welke taal ze eigenlijk spreekt. In ieder geval niet het Engels dat ik ken. Ik kijk nog eens goed naar haar. No way dat zij advocaat is, tenzij ze dat diploma bij een pakje boter heeft gekregen…
Glenn lijkt mijn vertwijfelde blik te zien en vertaalt dat we het appartement bij een tweede bezichtiging kunnen zien. Ook geeft hij aan dat we vrijblijvend een keer met Hilly kunnen afspreken om al onze juridische vragen rondom de aankoop van een huis door te nemen. Zij kan het hele aankoopproces begeleiden. Die Hilly toch, ze is ook van alle markten thuis. Ik realiseer me dat ik wel eerst op talencursus moet om haar te kunnen verstaan. En hoe kun je trouwens zowel de adviseur van de verkoper als van de koper zijn?

Buiten regent het inmiddels en rollen donder en bliksem vanuit de bergen onze kant op. Spannend, maar vooral tijd om te gaan. Laat dat appartement maar zitten. We nemen afscheid van Hilly en Glenn en sprinten naar de auto. Zo snel als onze huurauto kan, hobbelen we de track weer op. Het regent inmiddels pijpenstelen en de ruitenwissers zwiepen vervaarlijk heen en weer. Ik slaak een zucht van verlichting wanneer we weer op asfalt rijden.

 

Hoe denk jij dat een half zwembad er uit ziet?
Ik ben benieuwd waar jouw fantasie mee komt, laat je reactie achter in de comments!

Lees meer

15924480867_236503c553_o

Hoe je je huis vooral niet verkoopt…

,,The house we’re gonna see comes with quite a story…”
Ron, de Ierse makelaar, heeft gelijk mijn aandacht.
Ik vind het al leuk om naar hem te luisteren, omdat hij met een fantastisch Iers accent spreekt. En nu gaat hij ons ook nog een leuk verhaaltje vertellen.

Tien jaar geleden heeft een Engels echtpaar dit huis laten bouwen. Zodra het klaar was, kwamen ze het samen met schoonmoeders bewonderen. Naar Malaga gevlogen, auto gehuurd, huppakee daar gingen ze. Om het huis te bereiken, moesten ze over 5 kilometer track rijden. Het is overigens een prima track. Breed en zonder steile afgronden ernaast. Het is gewoon 5 kilometer hobbelen, best te doen.
Halverwege kregen ze een klapband en belandden in de greppel. Schoonmoeders gillend achterin, mevrouw lijkbleek. Een voorbijganger redt ze uit de greppel en zet ze af in het dorp. Ze nemen hun intrek in een hotel en de volgende dag zetten ze het huis te koop. Zonder ooit maar een voet binnen te hebben gezet.
Ik zit met open mond te luisteren.

In de afgelopen tien jaar hebben ze het tweemaal bijna verkocht. Net niet dus. De eerste keer bleken de papieren niet in orde en duurde het de kopers te lang voordat dat was opgelost. De tweede keer bleek het dak te lekken en duurde het (wederom) te lang voordat dat gerepareerd was. Zo te zien is het dak nog steeds niet helemaal gefixt, zijn de keuken en toiletpotten inmiddels uit het huis geroofd en is de vraagprijs gehalveerd. Zouden de eigenaren nog wel weten dat ze dit huis hebben?

Het huis is niet supergroot, maar de locatie van het huis is prachtig met uitzicht op zowel de bergen als de zee. Rondom het huis liggen drie oude speedboten weg te rotten. Heel apart zo’n botenkerkhof midden in de bergen.
Toch kunnen wij wel iets met dit huis. We brengen een bod uit. Ron zal contact opnemen met de verkopers en daarna…
Daarna horen we niets meer.

We nemen weer contact op met Ron. Hij zegt dat hij niets heeft gehoord van de verkopers. Tja, niet zo gek dat je je huis dan niet verkoopt…
En nu?
Ron zal weer contact met ze opnemen. En daarna?
Daarna horen we niets meer.

We besluiten nog een keer langs het huis te rijden. Terwijl we het uitzicht bewonderen, komt de buurman langs. Het is een Engelsman die er al vijftien jaar woont. Ja, hij heeft de eigenaar een keer ontmoet tijdens de bouw van het huis, zo’n tien jaar geleden. En ja, hij had ooit zijn telefoonnummer. Nergens meer te vinden. De buurman vindt het ook een heel raar verhaal en hij heeft het gevoel dat de makelaar een vuil spelletje speelt. Hij denkt dat Ron gewoon wacht tot de eigenaren dood zijn en dan het huis op zijn eigen naam kan zetten.
Huh, kan dat dan?
Yep, dat schijnt te kunnen.
En ja, de speedboten heeft hij daar neergelegd. Gewoon omdat het kon. De eigenaren zeggen er toch niets van en Ron ontwijkt hem.

Het verhaal van dit huis wordt steeds gekker.
We besluiten nog een keer contact op te nemen met Ron. En daarna?
Precies, daarna horen we niks meer…

Wat zou toch het echte verhaal zijn van dit huis?

 

Kom je alleen in Spanje huizen tegen met rare verhalen of ook in Nederland? Ken jij ook zo’n raar verhaal? Laat je reactie achter in de comments!

Lees meer

Dollen met Donald, de Nederlandse makelaar

,,Geef aan welke huizen je interessant vindt en dan zorg ik dat we die volgende week kunnen bekijken.”
Huh, hebben we daar 1,5 uur voor in de auto gezeten?
,,We kunnen ze niet vandaag bekijken?” probeert Mi Amor nog.
,,Nee, dat gaat niet lukken. Het is natuurlijk belangrijk dat ik eerst goed weet wat jullie zoeken en wat jullie budget is.”

Ik ben nu al klaar met Donald. Donald is niet zo jolig als dat zijn naam klinkt. Hij ziet er uit als een voormalig gemeenteambtenaar die nu helemaal het mannetje is met zijn eigen makelaarskantoor.

,,We hebben je een lijst gestuurd van huizen die we willen zien en gingen er vanuit dat we die vandaag zouden bekijken,” leg ik uit.
Donald richt zich nu helemaal tot mij en gaat er even goed voor zitten.
Ohoh, hij doet de driehoek.
Hij gaat wijdbeens zitten en leunt met zijn ellebogen op zijn knieen. Bij alles wat hij zegt, knikt hij zachtjes met zijn hoofd.
,,Kennen jullie deze streek al?”
Aha, hij probeert vriendelijk doch indringend te zijn.

,,Een beetje, we zijn hier een keer eerder geweest.”
,,Het is namelijk belangrijk dat je een streek kent en daar een gevoel bij hebt.”
Eeeeehm, dolle Donald, ik geloof niet dat je in de gaten hebt dat mijn gevoel bij deze streek met de minuut minder positief wordt…

,,Dit is niet onze favoriete streek, maar we willen hier wel graag een aantal huizen bekijken. We hebben niet voor niets 1,5 uur in de auto gezeten…”
,,Dat begrijp ik. Maar ik heb nu een goed beeld van wat jullie zoeken. Ik zal vanmiddag gelijk afspraken inplannen. Volgende week woensdag doen?”
,,We hebben je niets anders verteld dan dat al in de mail stond…”
,,Komt woensdag uit? Dan zijn de weersvoorspellingen ook goed.”

Aha, dat is het dus. Het regent vandaag en daarom heeft hij geen zin om met ons op huizenjacht te gaan. Ik geef toe, met regen ziet het er allemaal wat minder gezellig uit. Maar kom op, ik kom uit Nederland. Ik smelt toch niet van een beetje regen.

,,Stuur maar een mail over woensdag,” reageert Mi Amor en voegt er aan toe: ,,Want ik begrijp dat we vandaag voor Jan Lul hier naar toe zijn gereden.”
Donald kijkt verschrikt op en komt uit zijn driehoek.
,,Nee nee, helemaal niet. Ik heb nu een goed beeld van wat jullie zoeken en jullie kunnen de rest van de dag gebruiken om de streek verder te verkennen. Dan krijg je ook een beter beeld van de streek.”
,,Lekker beeld met die regen…” voegt Mi Amor nuchter toe.
Ik moet mijn best doen om niet in de lach te schieten, maar Donald is nu helemaal van zijn apropos. Hij stottert nog wat over volgende week. Tijd om nu echt een eind aan dit gesprek te breien. Bij deze makelaar zullen wij nooit een huis kopen.

 

Ook wel eens bij een verkoper gedacht: ‘No way, dat ik bij jou iets ga kopen!’ Laat je reactie achter in de comments!

 

Lees meer

15935041847_dce3900e87_k (1)

Paniek op de track

Dit gaat nog wel even duren.
De grote SUV voor ons durft niet meer voor- of achteruit. En zijn Duitse tegenligger kan ook geen kant op.

Daar staan we dan, met z’n allen op een berg in Andalusie.
Ik ben benieuwd wat er gaat gebeuren. Wij gaan er in ieder geval even goed voor zitten. Dit is weer eens wat anders dan de dagelijkse file op de A10.

Dit stuk track is breed genoeg om met twee auto’s langs elkaar te rijden, maar dan moet degene voor ons wel wat dichter langs de afgrond durven rijden. En dat is hij nu net niet van plan.

Uiteindelijk raapt de auto voor ons al zijn moed bij elkaar en rijdt een halve meter achteruit en daarna weer vooruit. Maar helaas, nog steeds is er niet genoeg ruimte voor zijn Duitse tegenligger om tussen hem en de rotswand door te rijden. Gezien de driftige handgebaren neemt de opwinding in de auto voor ons duidelijk toe. De drie passagiers zijn druk met elkaar in overleg. Ze hebben nog een halve meter tot de afgrond, maar zijn niet van plan om die te gebruiken.
De man die achterin zit, stapt uit en begint met een rood hoofd van opwinding heftig te gebaren naar de tegenligger dat hij er langs kan.
,,Verdammt nachmal, fahren!”
Aha, een gezellig Duits samenzijn op de berg.

Wij schieten in de lach.
De tegenligger blijft rustig en rijdt een stukje naar voren om daarmee te laten zien dat het echt niet kan.
De rood aangelopen Duitser wordt nog roder, maar het kwartje is gevallen. Hij begint nu aan zijn vriend achter het stuur uit te leggen dat zij zelf een stukje moeten opschuiven. De SUV rijdt weer achteruit. De rood aangelopen Duitser rent er omheen en schreeuwt allerlei aanwijzingen. Met een stuk of tien keer steken, heeft de SUV uiteindelijk genoeg ruimte gecreerd voor de tegenligger om er langs te kunnen.
Wij zitten inmiddels te schuddebuiken van het lachen. Dit is echt een leuk begin van de dag.

,,Fahren!” schreeuwt de rood aangelopen Duitser tegen de tegenligger. De tegenligger komt in beweging en weet zich behendig tussen de rotswand en de SUV door te manoeuvreren. Hij knikt vriendelijk bedankt naar de verhitte Duitser, die hoofdschuddend en wild gebarend blijft staan. Geen idee wat daar de bedoeling van is.

De Duitse tegenligger passeert ons nu en ziet hoe tranen van het lachen over onze wangen lopen. Hij zwaait vriendelijk en heeft zelf ook een glimlach van oor tot oor.

De verhitte Duitser stapt weer achterin en maakt nog een paar verhitte handgebaren. Daarna komt de SUV weer in beweging.

Poeh poeh nou nou, we kunnen weer verder.

 

Heb jij wel eens rare fratsen op de weg meegemaakt? In Nederland of in het buitenland?
Laat je reactie achter in de comments!

Lees meer

Smoking John

Zijn vrouw is dood en hij bijna. De kinderen willen dat hij dood komt gaan in Engeland. Daarom staat het huis te koop.

Dat is de samenvatting die we krijgen van Glenn, een joviale Engelse makelaar. Met hem bekijken we vandaag het huis van John.
John’s huis ligt prachtig. Vijf minuten rijden van een dorp en vanaf het terras weids uitzicht over zee. En als je van vintage houdt, is dit huis helemaal een walhalla. Het staat namelijk vol met seventies meubels.

John zelf is het best te omschrijven als een doorgerookt fossiel. Oud, vaal, opgedroogd en stomend zit hij op het terras te genieten van het uitzicht. Blijkbaar lukt het hem nog net om ‘s ochtends met z’n rollator van de slaapkamer naar het terras te schuifelen om daar de rest van de dag te gaan zitten stomen. Maar daar houdt het dan ook wel mee op. John, we kunnen hem beter Smoking John noemen, is inderdaad bijna dood. Het ziet er uit alsof hij er alles aan doet om onder de Spaanse zon zijn ‘laatste lucht’ uit te blazen en niet in Engeland. Op de tafel voor hem liggen een paar pakjes sigaretten, een paar aanstekers, een overvolle asbak, een inhaler en een paar doosjes medicatie. Zo komt hij de dag wel door.

Rochelend vertelt John dat hij al vier hersenbloedingen heeft gehad, maar er nog steeds is. Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Er schieten een aantal gezegdes door mijn hoofd, maar geen lijkt me gepast. Onkruid vergaat niet, lijkt me nog het meest toepasselijk…
Blijkbaar weet John de natuurwetten goed te tarten en doet hij het lekker op medicatie. In de keuken tref ik ook niets eetbaars aan, behalve een pak koekjes, een paar flessen gin en whiskey en een paar oude bananen. Wel staat het aanrechtblad vol met nog meer medicatie en nog veel meer sigaretten. Heel bijzonder. Gelukkig is er binnen bijna niet gerookt, dus ik hoef niet gelijk aan de zuurstoftank die naast Smoking John zijn bed staat. Ik ben echt benieuwd of Smoking John Engeland ooit nog gaat halen. Volgens Glenn is de prijs er wel naar. Het huis is lager geprijsd om het zo snel mogelijk te kunnen verkopen.

Wij vinden het nog steeds te duur. Maar met een paar potten verf en een nieuwe keuken en badkamer kan dit wel een heel leuk huis worden. Ik zie aan Mi Amor dat hij ook enthousiast is. Glenn heeft nog een mooi verhaal dat we eenvoudig een zwembad kunnen plaatsen naast het terras. Dat zou natuurlijk wel heel leuk zijn.
Maar Mi Amor mompelt: ,,ik heb in het kadaster gekeken en dat is al de tuin van de buren…”
Lekker dan.
Hoe komt het dat Glenn de makelaar niet weet waar de erfgrens loopt?

We slapen er nog een nachtje over en besluiten de volgende dag toch een bod te doen.
Binnen een uur hebben we reactie van Glenn. Een ander stel heeft een hoger bod gedaan, willen wij een nieuw bod neerleggen?
Daar hoeven we niet lang over na te denken.
Nee hoor, de bergen hier staan vol met huizen van mensen die weer terug willen naar hun vaderland. En de tijd dat kopers tegen elkaar opboden, is toch echt wel voorbij. Wij kijken dus nog even rustig verder.

Lees meer

Betoncentrale

Ik hoop dat het niet besmettelijk is…

,,Hello, I have to stay here with the dog,” horen we van achter de voordeur, omlijst met een hoop gesnuif en getrappel.
Ook goed, dan stellen we ons niet voor.

We staan voor het huis van een Engels echtpaar. Dit huis hebben we gevonden via een advertentie, dus vandaag zijn we zonder makelaar op pad. De man des huizes, duidelijk al de tachtig gepasseerd, ontvangt ons hartelijk terwijl zijn vrouw binnen heel druk is met een hond. Heel bijzonder.
Rond onze voeten springen twee andere hondjes rond. Ze snuffelen aan onze schoenen, maar springen gelukkig niet tegen me op. Fijn, dat scheelt weer een panty.

De man toont ons eerst het appartement onder het huis dat momenteel wordt gebruikt als opslag. Dat toont heel leuk voor de verkoop, NOT. Naast het appartement bevindt zich een lek zwembad. Voor het gemak hebben ze het maar afgedicht met houten planken.

Tijd voor de tuin. Nou ja, tuin. Het is meer een mijnenveld van hondendrollen waar af en toe een verlept fruitboompje krampachtig staande blijft. Blijkbaar is hondenstront niet de beste mest. Ik ben drukker met kijken waar ik mijn voeten neerzet dan met luisteren naar het verkoopverhaal van de eigenaar.

Op een gegeven moment vraag ik wat dat brommende geluid toch is dat we de hele tijd horen. Het blijkt de betoncentrale te zijn die naast het huis ligt. Aha. De betoncentrale draait alleen doordeweeks en na een tijdje hoor je het geen eens meer, aldus de eigenaar. En het stof dan? Ja, het geeft wel wat stof.

Ik ben wel klaar hier. We zijn in Spanje op zoek naar een huis vanwege de rust, de natuur en de schone lucht. Een huis waar je gratis herrie, stoflongen en een tuin vol hondenstront bij krijgt, staat niet op mijn verlanglijstje.
Toch gaan we nog braaf het huis bekijken. Ik houd mijn hart vast. De man des huizes kondigt onze komst aan.
,,Honey, we’re coming in.”
,,That’s ok, I’ve got the dog.”
Tja, hond… Het lijkt eerder op een grijs, kaalgeschoren stoffig kalf. Een soort oude mop op poten. Doordat het beest is kaalgeschoren kun je de schurftachtige plekken op zijn huid extra goed zien.
De vrouw des huizes houdt met haar linkerhand de hond aan zijn halsband vast zodat ze ons een hand kan geven. Ik sta niet echt te springen, maar steek toch braaf mijn hand uit. De hond ziet zijn kans schoon en trekt zich los. Hij wil tegen me aan springen, maar de heer des huizes pakt hem nog net op tijd beet. Het blijft nu bij een lik over mijn arm. Een rilling loopt over mijn rug en ik doe een stap terug.

Het zou toch niet besmettelijk zijn?

Ik zie dat Mi Amor hetzelfde denkt, want hij zorgt dat hij tussen de schurftige hond en mij in komt te staan. Fijn zo’n beschermheer.
De vrouw begint gelijk enthousiast te vertellen over het beest. Hij is twee maanden geleden aan komen lopen, zo zielig. Hij zag er uit als een hoopje ellende.
Nog steeds denk ik, maar ik houd braaf mijn mond.
Ze hebben hem in huis genomen en naar de dierenarts gebracht. Hij bleek een soort schurft te hebben.
Tja, volgens mij hoef je geen dierenarts te zijn om die diagnose te stellen.
Ze spuiten hem nu dagelijks in met speciaal spul en het gaat al stukken beter, hij ziet er weer normaal uit.
Mijn god, hoe zag dit beest er twee maanden geleden dan uit?
,,Het is niet meer besmettelijk hoor,” voegt ze nog toe.

Ik vloek van binnen. Zijn die mensen wel normaal? Of is dit het welbekende lege-nest-syndroom? Geen kinderen meer om voor te zorgen, dan maar zorgen voor zo’n schurftig vies beest.

De hond gaat naar buiten zodat het echtpaar rustig het huis kan laten zien. We maken ons er snel van af. Alles in het huis zit onder de hondenharen en ik durf niets meer aan te raken. Voor we gaan, vraag ik of ik naar het toilet mag. Kan ik even grondig mijn handen en armen wassen. Daarna is het echt tijd om te gaan. We bedanken ze vriendelijk, zij houden de schurftige hond weer in bedwang en wij maken dat we weg komen.

Lees meer

Is deze vraagprijs in euro’s of in peseta’s?

,,Hebben hier echt mensen gewoond?” vraag ik voorzichtig.
,,Jazeker, met hun twee kinderen,” antwoordt Marianne, een nieuwe Engelse makelaar.
Wat, met kinderen? Hier? In dit krot?
,,En waarom hebben ze dit ‘project’ niet verder afgemaakt?”
,,Ze zijn gescheiden.”
,,Aha, en geen van twee wilde zeker hier blijven wonen,” voegt Mi Amor droogjes toe.
Marianne knikt en blijft vriendelijk lachen.

De locatie van dit bouwwerk -huis is het echt niet te noemen- is fantastisch. Het ligt op 10 minuten loopafstand van het strand in een piepklein dorpje dat rond een kerkje is gebouwd. Dat zijn ook gelijk de enige positieve punten… Je zou eigenlijk geld toe moeten krijgen als je dit huis koopt. Al moet ik zeggen dat dit krot een prachtig decor vormt voor een sappige aflevering van ‘Ik Vertrek’.

Verdwaasd loop ik achter Marianne aan door dit kruip-door-sluip-door-huis. Een ruimte met een oude koelkast, een wasbak en wat scheve planken aan de muur is hoogstwaarschijnlijk bedoeld als keuken.
,,Is naar eigen inzicht van de koper zelf af te ronden,” aldus Marianne.
Zo kun je het natuurlijk ook formuleren.
Voorzichtig schuifel ik achter haar aan richting de woonkamer. Wederom een donkere ruimte. Met gezellige lampjes en accessoires is nog geprobeerd om dit een beetje sfeer te geven. Echter verdoezel je hiermee niet de penetrante schimmellucht.

In de badkamer is de schimmellucht nog indringender. De slaapkamers daarentegen zijn wel goed doorgelucht, de wind waait hier gewoon door de rotte kozijnen heen.
Who needs airco when you feel the wind blow through the window frames? denk ik.

Marianne laat ons ook nog de tuin zien. Een grote wildernis, maar er is wel iets van te maken. Daarna leidt ze ons naar… Ja, naar wat eigenlijk? Ik noem het kippenhok, maar Marianne prefereert hobby- of klusruimte. Een met kippengaas afgeschermde en met golfplaten bekleed hok.
,,Even niet ademen!” zegt Mi Amor.
,,Wat!?!?”
,,Niet ademen, dat zijn geen golfplaten, maar asbestplaten…”
Ik kijk verschrikt omhoog. Dat meen je toch niet. En hier hebben echt mensen met kinderen gewoond? Ik kan het niet geloven.
Marianne heeft door dat ze dit huis niet aan ons gaat slijten. Maar niet getreurd, op naar het volgende huis. Dat is ook een ‘projectje’, aldus Marianne.

‘Projectje’ blijkt een understatement.
Het is een oud boerderijtje. En met oud bedoel ik minstens twee keer ouder als het lieftallige bejaarde stel die ons in hun zondagse outfit staan op te wachten. Ook hier kleine ruimtes, kleine ramen en losliggende vloertegels. In de brochure die Marianne me zojuist heeft gegeven, staat dat het huis 200 m2 woonoppervlakte heeft. We hebben inmiddels de keuken, woonkamer en slaapkamer gezien en ik kom niet verder dan 50 m2. En dan hebben we nog geen eens een badkamer gezien. Ik vraag me af waar ze die hebben verstopt.
De vrouw des huizes opent een deur en we stappen een omheind stuk tuin binnen waar het gras reeds tot kniehoogte groeit.
‘De patio’ aldus Marianne.
‘De kippenren’ aldus Mi Amor.
Achterin de patio/kippenren staat nog een vervallen schuur. Volgens Marianne zijn de patio en de schuur prima te betrekken bij het huis. Ik wil naar de schuur lopen, maar Mi Amor houdt me tegen.
,,Dat dak is ook van asbestplaten gemaakt.”
Tuurlijk.
De vrouw des huizes staat inmiddels naast een deur in de hoek van de tuin. Ze wenkt dat ik moet komen. De deur komt tot onder mijn borst, een soort kabouterdeur. Ik buig door mijn knieen en loop gebukt de ruimte in.
Tja…
Het is alsof ik de badkamer van kabouter Plop binnenloop.
De badkamer heeft niet alleen een kabouterdeur, maar ook een kabouterbad en een kabouterwastafel. Het is bijna surrealistisch.
De vrouw des huizes hoeft niet te bukken wanneer ze de kabouterbadkamer inloopt. Ze priemt haar vinger in mijn buik en zegt lachend in het Spaans dat ik te lang ben.
Dat lijkt mij een prima reden om dit huis vooral niet te kopen.

Ik kruip de badkamer uit en sluit me weer aan bij Marianne en Mi Amor. Marianne heeft het net over de potentie van dit huis.
Deze hele dag wordt steeds surrealistischer.
,,Zou je hier zelf gaan wonen dan?” vraagt Mi Amor.
Marianne houdt wijselijk haar mond en richt zich tot mij.
Wat ik ervan vind.
,,Is dit echt hetzelfde huis als in de brochure?” vraag ik voorzichtig.
,,Jazeker!”
Mi Amor vraagt haar wat de vraagprijs ook alweer is.
Marianne antwoordt braaf.
,,Oh, jullie werken nog met peseta’s,” merkt Mi Amor op.
Ze kijkt hem verontwaardigd aan en bitst toe dat dat echt in euro’s is.
Ik kijk van Marianne naar de Spaanse eigenaren die ons hoopvol aankijken.
De enige optie die ik zie voor dit huis is dat het gekocht wordt door kabouterliefhebbers die er een kaboutermuseum van maken. Waarom zou je dit anders in hemelsnaam kopen?
Zou Marianne de eigenaren hebben wijsgemaakt dat er echt mensen zijn die dit bedrag neertellen voor een hoop oude stenen, een stapel asbest en een kabouter badkamer?
Schandalig eigenlijk.

Tijd om te gaan.
We zeggen het Spaanse echtpaar gedag en lopen met Marianne naar de auto. Voor we gaan vraagt ze ons nog een evaluatie in te vullen.
Waarom we geen verdere interesse hebben in de huizen die we vandaag hebben bekeken?
Dat is makkelijk.
,,Omdat we geen kabouters zijn… Fijne dag nog.”

Lees meer

11587109434_df6800dd71_k

Vast tussen twee muren in een wit bergdorp…

Een dagje sightseeing in plaats van huizen kijken. Ook wel eens leuk.
Zonnebril op, radio aan en lekker rondtoeren zonder doel en zonder navigatie.
Strakblauwe lucht, prachtige vergezichten, een verdwaalde ezel naast de weg en af en toe stoppen voor een kudde overstekende geiten. Ik houd ervan.

Wanneer we honger krijgen, besluiten we een restaurantje te zoeken. Het liefst één waar oma nog in de keuken staat. We rijden het eerste witte bergdorpje in dat we tegenkomen. Aan het begin van het dorp is een grote parkeerplaats aangelegd waar borden met een grote P erop naartoe wijzen.
,,We rijden wel even het dorp in,” zegt Mi Amor.
Ook goed.

Mi Amor manoeuvreert de auto behendig door de steeds smaller wordende straatjes. Had ik al vermeld dat de straatjes ook steeds steiler worden? Langzaamaan begin ik het een beetje benauwd te krijgen.
,,Weet je zeker dat het de bedoeling is dat we hier met de auto doorheen rijden?” vraag ik voorzichtig.
,,Kijk, hier staat toch ook gewoon een auto geparkeerd,” zegt Mi Amor terwijl hij onze kleine huurauto om een geparkeerd bestelbusje heen manoeuvreert. Het past echt precies.
Mi Amor heeft gelijk.
Her en der komen we een geparkeerde auto tegen. Vraag niet hoe. De locals zijn echt meester in de hellingproef en retestrak inparkeren.
Ik denk terug aan mijn eigen rijexamen en de hellingproef die ik toch best spannend vond. Voor een Spanjaard was het maar een laf hobbeltje geweest.

Mi Amor stopt.
,,Tja…’’ is het enige wat hij zegt.
Voor ons is de straat zo smal dat zelfs Mi Amor zich afvraagt of we er wel doorheen passen.
,,En nu?” vraag ik terwijl ik licht paniekerig om me heen kijk.
,,Moet lukken, verderop zie ik ook auto’s staan.”
Mi Amor geeft gas en laat langzaam de handrem los. De auto beweegt voorwaarts en kruipt langzaam richting het smalle deel van de straat.
BAM.
Ik slaak een gil.
Beide zijspiegels zijn ingeklapt.
Mi Amor schiet in de lach. ,,De locals rijden dit gewoon elke dag. Wat een grap zeg, zo’n ezelspad met een laagje asfalt.
Ik slik.
,,Hoe komen we hier nu uit?” vraag ik.
Mi Amor begint nog harder te lachen.
,,Dat komt vast goed.”

We rijden verder door het doolhof van smalle straatjes. Op een zeker moment slaan we ergens linksaf en na enige tijd gaat de weg naar beneden.
,,Oeps, we hadden toch rechtsaf gemoeten. Even kijken of ik ergens kan keren,” zegt Mi Amor.
,,Ok,” antwoord ik met een benepen stemmetje.

Mi Amor kiest een wat breder schuin stuk straat om te keren. Een Spaans echtpaar kijkt vanuit de deuropening hoofdschuddend toe.
De auto is inmiddels zo goed als omgekeerd, maar komt niet meer omhoog. De banden slippen weg en door de indringende geur van de koppeling denk ik even dat we weer met Lizzie op pad zijn.
Lijkbleek en met samengeknepen billen zit ik op de passagiersstoel en slaak af en toe een gilletje.
Mi Amor stopt.
,,Schat, hier heb ik echt geen reet aan. Dit helpt niet.”
,,Ok, ik stap wel uit,” weet ik nog net met een piepstem uit te brengen.

De auto staat schuin op een helling en het rechterachterlicht is nog 1 cm verwijderd van een muur. Het echtpaar staat nog steeds hoofdschuddend in de deuropening. De man gebaard met zijn handen welke kant we er weer uit moeten rijden.
,,Hier komen nooit buitenlanders,” hoor ik de vrouw zeggen.
Dat begrijp ik maar al te goed, die parkeerplaats aan het begin van het dorp ligt er niet voor niets.

Mi Amor doet een nieuwe poging om de auto in beweging te krijgen. De banden piepen, de koppeling slipt en rookt, maar de auto gaat niet vooruit. In plaats daarvan glijdt de auto langzaam naar achteren, resulterend in een oorverdovend gekraak. Dat was het rechterachterlicht…
Mijn hemel, hoe komen we hier ooit weer weg?
,,Zal ik maar gaan duwen?” stel ik voor.
Net op dat moment komt een jonge kerel aanlopen. Onze engel.
,,Can I help you? Shall I drive your car out of the village?” vraagt hij met Spaanse tongval.
,,I drive this everyday,” voegt hij eraan toe.
Dat klinkt ons als muziek in de oren.

De Spanjaard kruipt achter het stuur, Mi Amor ernaast en ik met klamme handen en klotsende oksels achterin.
De Spanjaard kijkt een paar keer goed in de spiegel, doet daarna de Spaanse versie van de hellingproef en weet de auto in beweging te krijgen. Vervolgens geeft hij gas bij en met flinke vaart suizen we door de smalle steile straatjes. Hij weet precies waar elke bocht zit en hoe je die het beste kunt insturen. Binnen een mum van tijd zijn we weer boven bij de parkeerplaats.
,,It’s better to park here,” zegt hij met een knipoog.
We bedanken onze nieuwe Spaanse vriend honderd keer en vragen hem waar we een restaurantje kunnen vinden.
Hij legt het ons uit en voegt lachend toe: ,,And this time leave your car here.”

Lees meer